Voorwoord - Jean-Jacques
De ajuin, met Latijnse naam “AliumCepa” - en spreek uit als [a’join] in het Aalsterse dialect - is een bolgewas en groente die hoort tot de leliefamilie zoals onder andere de sjalot, bieslook, knoflook en prei.
Ajoin. Weinig woorden zijn zo onlosmakelijk verbonden met Aalst. Wat eens een spotnaam was voor de Aalstenaars is uitgegroeid tot een geuzennaam die alombekend is en met fierheid wordt gedragen. Het vergt humor, relativering maar vooral een grote liefde voor zijn wortels om van een aanval zijn grootste sterkte te maken.
Alhoewel, kunnen we ajoin eigenlijk wel als een spotnaam zien? De oorsprong ligt in de 19e eeuw en duidt op de talrijke ajuinboeren in Aalst en omstreken en refereert net zoals ezel of uil aan domkop.
Maar als je even verder kijkt dan blijkt diezelfde ajuin niet alleen lekker maar ook bijzonder gezond te zijn. Gaan we even verder terug in de tijd dan leren we dat ajuinen al meer dan 7000 jaar als teelgroente bestaan en dit over grote stukken van de wereld. De piramidebouwers kregen het als rantsoen en talrijke hiërogliefen duiden op hun belang. Zowel in de Griekse als Romeinse periode vinden we de ajuin terug als voedingsmiddel die alomgeprezen werd voor zijn geneeskundige kracht.
Vraag is dan ook of je ajoin überhaupt als een scheldwoord kan en mag aanzien. Ik zou eerder durven stellen dat het een erkenning is van verfijning. Aalstenaars, Vlamingen, Belgen zijn fijnproevers. Het culinaire is een deel van ons zijn. Eten betekent bij ons genieten.
Ik heb het geluk dat ik onder mijn vrienden één van de beste chefs mag rekenen die ons land rijk is. Vincent is gepassioneerd met eten bezig. Steeds op zoek naar nieuwe smaken maar trouw aan de basis.
Met tierlantijntjes mag maar de smaak en het genot van degene die het mag proeven staan voorop.
Toen ik met het idee op de proppen kwam om een kookboek te maken over ajuinen was de reactie uitgesproken positief. Vincent en ik zijn dan ook bijzonder fier U 33 klassiekers en vernieuwende gerechten voor te stellen. Gerechten voor beginners, gevorderden en ervaren koks.
Maar vooral voor mensen die graag genieten. Want ajuinen zijn gezond, pittig of juist zoet, het versterkt de andere ingrediënten zonder ze te overheersen, tenzij daar waar nodig. Het is bijzonder veelzijdig in zijn toepassing. En bovenal lekker.
Om de ervaring compleet te maken heb ik aan Jan Louies, dé referentie als het gaat over het Aalsters dialect en auteur van de oilsjtersendiksjoneir, gevraagd om de ingrediënten en recepturen in het dialect te vertalen.
Want het oilsjters dialect is minstens even smakelijk als de ajoinen die het spreken.
Geniet van de gerechten in dit boek, bij voorkeur met geliefden, familie en vrienden want het zou zonde zijn hen niet te laten proeven van een stukje Aalst.
Een kookboek als geen ander
Cultureel en culinaire insteek met de Ajoin centraal.
Veelzijdig en door iedereen te smaken, zoals Aalst.
Goe mé e gelas woin of bier mé schoim
Enkele recepten
Den ajoin, in ’t Latoin Alium Cepa, es een bolgewas en e groensjel van de neilenfamilje (leilies), gelek as oeik de sjalot, den biesloeik, de loeik en de paroi.
Ajoin. Woineg woerden een zen zu noig verbonnen me Oilsjt. ‘t Geen dat iest ne spotnaum was ver d’ Oilsjteneers, es ne geizennaum geworren die ’t alle kanten gekendj es en womei da nen Oilsjteneer zen ier kaan kauvelen.
Ter es gevoel ver humor ver vandoeng en ge moetj kennen relativeiren, mor sertoe es een groeite liefde ver den eigen oord noeidig ver van nen oonval zen groesjte steirkte te mauken.
Alhoewel, kennemen ajoin foitelek wel as ne spotnaum zing? Den oeirsprong leit in de 19ste ieë en sloot op het groeit oontal ajoinboeren in Oilsjt en omgeivink en verwoist zjust gelek eizel of hoiben nor dompkop. Mor as ge rezzekes e klein betjen verder peist, ten blekt dat dienen zelfste ajoin ni allien nog lekker es oeik, mor doboi nog gralek gezond. Gommen een scheit verder in den toid, ten lieren men dat ajoinen al mier as 7000 joor gekwikt werren in e groeit gediltje van de wereld.
De piramidenbaaërs kreigen ajoin as ransjoeng en veil hiërogliefen woizen op het belang van dennen bol. Zuwel in de Grikse as in de Romansje perjoede vinnemen den ajoin verdrom as bik, die overaal gepreizen wierd ver zen geneiskoendjege kracht. De vraug es ten oeik of da ge ajoin azoei mor as e scheldjwoerd kentj en meigt zing. Ik zol ierder teiven beweren dat ’t een erkennink inhaaft van verfoinink. Oilsjteneers, Vlaumingen, Belzjen zen foinproevers. Het culinaire es e stik van onszelven. Eiten betiekent ba ons genieten.
Ik hem de sjans da ’k onder men kammeroten ien van de beste sjefkoks mag reikeren dat ons land roik es. Vincent es gepasjoneird mé eiten beizeg. Atted op zoek nor nieve smauken, mor traa on &de basis. Mé frinjekes mag, mor de smauk en ’t genot van den dienen of dedie die mag proeven, es ’t prinsjipolsjte.
As ek mé ’t idei veiren de pinnen kwamp ver ne koekboek te mauken oever ajoinen, was de reakse oitgesproeken positief. Vincent en ikke zen ten oeik gralek grosj en fier van eir 33 klassiekers en vernievende gerechten te kennen veirstellen.
Gerechten ver bleukes, ansjeins en ervoren koks. Mor surtoe ver mensjen die geren genieten. Want ajoinen zen gezond, ze zen gralek veilzoidig in heer toepassink, ze versteirken d’ ander ingrediënten zonder ze omveir te blozen, b’halven as ’t vandoeng es, ze zen eftepie of te konterore verloidelek zoet.
En sertoe noig lekker.
Ver de ervorink kompleit te mauken hem ek on Jan Louies, de referensje as ’t goot over ’t Oilsters dialect en auteur van den Oilsjtersen Diksjoneir, gevraugd van de ingre - diënten en resepten in ’t dialekt te vertolen. Want het Oilsjters dialekt es minsjtes eiven smaukelek as de Ajoinen die ‘t spreiken.
Genitj van de gerechten in deizen boek, ba veirkeir te goor mé mensjen die ge geren ziet, familje en kammeroten, want ’t zol zonne zen van heer ni te loten proeven van e stiksken Oilsjt.
Een kookboek als geen ander
Cultureel en culinaire insteek met de Ajoin centraal.
Veelzijdig en door iedereen te smaken, zoals Aalst.
Goe mé e gelas woin of bier mé schoim
Enkele recepten






